De tijdmachine van de schrijver

Niets dat zo tot de verbeelding spreekt als een tijdmachine. Het idee dat je in een cabine kunt stappen, een jaartal roept en dan *zoef* in die tijd terechtkomt. Dat kunnen de Middeleeuwen zijn, of nog verder terug: naar de Oude Grieken. Ook zou je de andere kant op kunnen reizen, naar de toekomst. Naar 3015 of verder.

Als kind vond ik dat al een fascinerend idee. Ik wilde niet eens heel ver terug. Het leek mij al spannend om bijvoorbeeld naar de tijd te reizen waarin mijn ouders mijn leeftijd hadden. Of naar het moment waarop ze elkaar voor het eerst ontmoetten. Om die reden zou ik graag een tijdmachine hebben gehad.

De tijdmachine van de schrijver

Als schrijver heb je die tijdmachine tot je beschikking. Je kunt naar ieder jaartal, naar iedere specifieke maand of dag in verleden of toekomst. Die machine is een heel bijzonder instrument in je schrijverskoffer.

Maar je zult even de handleiding erbij moeten nemen om dit instrument effectief in te zetten. Ik geef je tips voor de tijdmachine die ons terugbrengt in de tijd: de flashback.

Flashbacks moeten functioneel zijn

Bij een flashback stap je dus uit het (verhaal)heden en neem je je lezer mee naar het verleden. Daar moet je een goede reden voor hebben.
Gewoon voor de lol werkt niet.

Want als schrijver moet het altijd je eerste zorg zijn om je lezer aan boord van je verhaal te houden. Hij mag de draad niet kwijtraken. Teveel flashbacks werkt verwarrend.

[bctt tweet=”Het is belangrijk dat je #flashbacks functioneel zijn #schrijver OSMS-blog” username=””]

De lezer moet toch iets over het verleden weten

Als het goed is, weet jij als schrijver heel veel over het verleden van je personages. Maar dat betekent niet dat je de lezer moet overladen met al die informatie.

Want als je al die fantastische jeugdherinneringen die je hebt bedacht ook in je verhaal zou schrijven, weet je lezer niet meer wat belangrijk is en wat niet.

Alleen wanneer het nodig is

Daarom maak je alleen gebruik van je tijdmachine als dat nodig is. En nodig betekent hier: het kan niet anders. Om het verhaal te kunnen volgen heeft de lezer deze informatie nu nodig.

Dat is het enige criterium. Als je twijfelt of je een flashback wel of niet zult inzetten, vraag je dan af of de lezer het verhaal ook snapt zonder die ingreep. Is het antwoord ‘ja’, dan kun je de flashback dus beter achterwege laten.

De stelling. Mee eens of juist niet? Doe mee aan de discussie.

Het is een goed idee om je verhaal met een flashback te beginnen.
Ik ben heel benieuwd wat je daarvan vindt en waarom. Schrijf je antwoord in het veld hieronder. Laten we elkaar inspireren!